Land onder druk

Land. Het lijkt zo eenvoudig: een stukje grond onder onze voeten. Maar in werkelijkheid is het de basis van alles: wonen, werken, voedsel, natuur en energie. Maar in een land zo klein en dichtbevolkt als Nederland schuurt dat voortdurend.

Met de komst van de Omgevingswet worden al die belangen — wonen, landbouw, natuur, energie — samengebracht in één stelsel. Dat klinkt overzichtelijk, maar in de praktijk betekent het vooral dat keuzes nog explicieter worden gemaakt en soms dus ook pijnlijk.

Wij willen huizen, want de woningnood is nijpend. Wij willen goedkoop voedsel, maar stellen tegelijk steeds strengere eisen aan de manier waarop dat wordt geproduceerd. Wij willen meer natuur, meer ruimte voor waterberging en meer duurzame energie. En alles moet passen op hetzelfde stukje grond.

Juist de agrariër voelt die druk het sterkst. De boer die ons dagelijks van eten voorziet, ziet zijn land steeds vaker onderwerp van discussie worden: moet het blijven dienen voor voedselproductie, of wordt het opgeofferd voor zonneweides, woningbouw of natuurcompensatie? De Omgevingswet belooft maatwerk en ruimte voor lokaal beleid, maar voor boeren betekent dat soms vooral nóg meer onzekerheid.

Toch schuilt hier ook een kans. De nieuwe wet kan een middel zijn om belangen beter af te wegen, om boeren niet langer als tegenstanders te zien, maar als partners in een zorgvuldig ingerichte leefomgeving. Want zonder boeren geen voedselzekerheid en zonder respect voor ruimte geen duurzaam samenleven.

De Omgevingswet is daarmee geen technische exercitie, maar een lakmoesproef: lukt het ons om in onze gemeente Horst aan de Maas eerlijke keuzes te maken? Lukt het om die keuzes samen te dragen — boer, burger en overheid?

Want wie vandaag het land slechts als puzzelstuk ziet, ontdekt morgen dat de puzzel zonder boeren niet meer compleet is.

Column door:

Mery Douven

Burgerraadslid
VVD Horst aan de Maas

Scroll naar boven